Aangekomen bij het asfalt zijn we even gaan lunchen. Het zonnetje brak door en vol goede moed stapte we op onze fietsen. Deze hadden ’t echter wat moeilijk vanwege de modder, Aarts schijfremmen maakte lawaai en mijn derailleur werkte niet. Aart stopte even om wat modder weg te halen terwijl ik al fietsend m’n derailleur onderzocht. Je voelt ‘m al aankomen, als de voorste stopt en de achterste niet voor zich kijkt, is de kans op contact nogal groot. Met een lullige 10 km/h tikte ik met m’n voortas Aarts achtertas aan en smakte tegen ’t asfalt - een half uurtje kon ik de harde zwarte ondergrond spreekwoordelijk wel kussen, nu deed ik ’t letterlijk en was ’t minder aangenaam. Gelukkig was m’n fiets nog heel, m’n regenbroek nauwelijks beschadigd en de schaafwond op m’n knie de enige (ik haat schaafwonden op m’n handpalmen).
Met een uitermate slecht humeur vervolgde we onze weg richting ’t noordoosten naar de snelweg. Het lange alternatief bleek nog langer dan verwacht. Uiteindelijk hebben we ons couchsurf adres bereikt, in ’t donker om 21:00 uur, na dikke zeven uur in ’t zadel en 139 kilometer in de benen. Geen simpel dagje...
Met een uitermate slecht humeur vervolgde we onze weg richting ’t noordoosten naar de snelweg. Het lange alternatief bleek nog langer dan verwacht. Uiteindelijk hebben we ons couchsurf adres bereikt, in ’t donker om 21:00 uur, na dikke zeven uur in ’t zadel en 139 kilometer in de benen. Geen simpel dagje...