Met een beetje geluk komen we een plekje tegen om koffie te drinken, anders rijden we door tot minimaal 45 km. Dan warmen we een paar blikken bonen en beef stew op; een zware lunch waar m’n maag nog steeds niet aan gewent is. Na de lunch gaat ’t fietsen weer traag, de volle buik zit in de weg. Aart bijhouden probeer ik niet meer, dat is sowieso kansloos. Na een uurtje kom ik in een goed ritme. Rond 15:30 uur stoppen we even voor een paar boterhammen. Als we rond de 90 of 100 kilometer hebben weggetikt gaan we opzoek naar een geschikte slaapplek: een vlak veld.
Ik begin meestal met het installeren van ’t brandertje en zet water op voor de spaghetti. Na ’t opzetten van de tent zitten we samen ongeduldig naar een kokend potje te kijken – ’t duurt eeuwen...
Ons eerste bord spaghetti eten we met tomatensaus, het tweede met pesto (elke dag!)
Meestal wordt ik rond 00:30 uur wakker omdat ik ’t te warm heb, dus rits ik m’n slaapzak een stukje open. Rond 4:00 uur wordt ik wakker omdat ’t te koud is. En opwarmen lukt nauwelijks. Met een beetje geluk val ik om 5:30 weer echt in slaap om vlak voor m’n wekker gaat weer wakker te worden. En dan begint ’t weer van boven af aan: simpel!
Je klinkt misschien een beetje alsof je er klaar voor bent om er klaar mee te zijn. Misschien ook niet. Hoe het ook zij, je maakt prachtige foto's van een geweldige reis.
BeantwoordenVerwijderen